Slechte adem

Slechte adem - algemeen




De meeste volwassenen lijden aan slechte adem, of op zijn minst zo nu en dan. Omdat slechte adem uit de mond komt is de tandarts de eerste persoon die men om hulp en advies moet vragen. De laatste tijd wordt slechte adem meer en meer als een probleem onderkent dat door tandartsen en mondhygiënisten kan worden opgelost. In de VS zijn er duizenden praktijken die adverteren met slechte adem behandelingen. Research op het gebied van slechte adem houdt gelijke tred met de groeiende belangstelling voor diagnose en behandeling ervan. Dit artikel geeft een algemeen overzicht over slechte adem, en of een klacht wel of niet terecht is.




Had Einstein ook last van slechte adem?

Albert Einstein kent iedereen. Einstein was een pijproker, waarschijnlijk had hij last van slechte adem, maar wie durfde dat tegen hem te zeggen|?


De tandenborstel was vroeger een duur instrument.


Geschiedenis


Slechte adem wordt al duizenden jaren in de literatuur beschreven. In de Joodse Talmud en door Romeinse en Griekse schrijvers. (3,4) . De Islam wijst ook op een frisse adem in de context van goede mondhygiëne. In het boek Genesis wordt geschreven over ladanum (mastiek), een hars verkregen uit de Pistacia Lentiscus boom, in mediterrane landen al duizenden jaren in gebruik als ademverfrisser. Andere klassieke ademverfrissers zijn Peterselie (Italië), Kruidnagelen (Irak), Guaveschillen (Thailand) en eierschalen (China).
De moderne literatuur die slechte adem beschrijft gaat terug tot een fonograaf geplubiceerd door Howe in de 19e eeuw(6)
Sinds de zestiger jaren is de belangrijkste onderzoeker op dit gebied Dr. Joseph Tonzetich (University of British Columbia). Hij stelde onder meer vast dat slechte adem een connectie heeft met vluchtige zwavelverbindingen, vooral waterstofsulfide en methylmercaptaan.(1)


De Mondholte



De meeste slechte adem komt voort uit de mondholte. Dat kan eenvoudig worden vastgesteld door de geur uit de mond te vergelijken met de geur van de adem die uit de neus komt. Als de slechte adem uit de mond komt mag de oorzaak ook in de mondholte worden verwacht. Bij mensen met een goede mondhygiëne, schone en gave tanden en gezond tandvlees is de oorzaak van slechte adem vooral gelegen op het achterste deel van de tong. Hoewel het voorste deel van de tong normaal al vies kan ruiken (simpel te testen door aan de pols te likken en er na een paar seconden aan te ruiken) ligt de oorzaak gewoonlijk verder naar het achterste van de tong. Het achterste deel van het dorsale oppervlak van de tong kan gereinigd worden met een plastic lepel of een tongschraper. Naderhand kan bepaald worden of de geur overeenkomt met de slechte adem. Vaak wordt er een geelachtige afscheiding van de tong op de schraper zichtbaar. Deze afscheiding komt uit de neus, is heel gewoon en hoeft niet te wijzen op een sinusinfectie of andere ziekte. Deze afscheiding ruikt niet vies wanneer zij de tong pas heeft bereikt, maar kan later gaan stinken wanneer ze door de bacteriënmassa die al op de tong aanwezig was wordt geïnfecteerd. De tongen van patiënten met parodontitis kunnen zelfs nog erger stinken. In verscheidene studies worden drie bacteriesoorten aangewezen als primair verantwoordelijk (Treponema denticola, Porphyromonas gingivalis en Bacteroides forsythus) op het tongdorsum.
Gegevens van deze studies wijzen op een significante overeenkomst met de totale geur van de slechte adem. Deze geur van het achterdeel van de tong kan al aanwezig zijn bij kleuters.
Zoals met andere lichaamsgeuren wordt slechte adem door bacteriën veroorzaakt. De ontbinding van etensresten en dode cellen van het mondweefsel geschiedt onder zuurstofloze (anaerobe) omstandigheden door verschillende gram-negatieve microorganismen (o.m. Fusobacterium,Haemophilus, Veillonella, T. denticola, en P. gingivalis.) . Onder laboratorium omstandigheden zullen gram-positieve bacteriën gewoonlijk geen stank produceren. (Wellicht met uitzondering van Stomatococcus mucilaginus).
Elk gedeelte in de mond waar microorganismen kunnen samenklonteren, en ontbinding kan ontstaan is een verdachte plek. Behalve de tong en de subgingivale gebieden kunnen overhangende-, lekkende- en slechte vullingen en kronen de oorzaak zijn, evenals abcessen en plaatsen waar voedsel blijft zitten. Cariës is niet slecht ruikend, behalve als er in de cariueze ruimte voedselresten blijven zitten.
Kunstgebitten zijn een andere belangrijke bron van slechte adem, vooral wanneer ze ook ’s-nachts gedragen worden. Gewoonlijk heeft deze vorm van slechte adem een wat zoetige maar onplezierige geur, gemakkelijk te traceren door de prothese een paar minuten in een plastic zak te doen en er daarna aan te ruiken.
Het speeksel beïnvloedt de slechte adem eveneens. De graad van mondgeur is overdag omgekeerd evenredig met de speekselproductie. Wanneer de speekselprodukctie op zijn laagst is (gedurende de slaap b.v. of in een vastenperiode) neemt de mondgeur toe. Kauwen laat de speekselproductie toenemen. Ondanks deze waarnemingen werd er geen verband gevonden tussen de hoeveelheid speeksel en de mate van slechte adem. Patiënten met xerostomia hebben ook geen slechtere adem dan de gemiddelde mens. De verklaring kan gezocht worden in het feit dat slechte adem vooral in een basisch milieu ontstaat, terwijl het speeksel van xerostomia patiënten gewoonlijk zuur is.
Wanneer de oorzaak van slechte adem uit de mond niet kan worden vastgesteld kan een patiënt een week lang met een sterk anti-bacteriëel middel spoelen en gorgelen. Wanneer de mondgeur duidelijk is verminderd kan de oorzaak in de mond worden gevonden.

Monddouches (Waterpik)


Oorzaken van buiten de mond



In deze gevallen wordt de oorzaak meestal in de neusholte gevonden, de geur kan duidelijk meer uit de neus worden waargenomen dan uit de mond. Neusgeur kan een aanduiding zijn van een sinusinfectie, of een blokkering van de luchtstroom in de neusholte door poliepen of een vreemd voorwerp (kinderen steken wel eens een kraaltje o.i.d. in de neus.) Afwijkingen van het gehemelte kunnen een oorzaak zijn.
Een typische slechte geur uit de neus heeft een wat kaasachtige geur en verschilt duidelijk van andere soorten slechte adem.
De tonsillen spelen een onduidelijke rol bij slechte adem. Een tijdelijke mondgeur komt bij kinderen met tonsillitus vaak voor. Als er op de tonsillen wordt gedrukt komt er wel eens een stinkende afscheiding uit, ook als de tonsillen er normaal uitzien. Er zijn mensen die in de tonsillen een soort “steentjes” ontwikkelen die naar het tongoppervlak migreren. Deze tonsilstenen zijn enige mm groot geelachtig wit en onregelmatig van vorm. Hoewel deze stenen erg kunnen stinken zijn zij geen belangrijke bron van slechte adem.
Veel andere ziektes buiten de mond zoals longontsteking, bronchitis, slecht functionerende organen, stofwisselingsziekten enz. kunnen ook een slechte adem veroorzaken, maar al deze ziekten tezamen vormen toch maar een gering percentage van de oorzaak van slechte adem.
Er is een zeldzame stofwisselingsafwijking, trimethylaminurea waarbij de patiënt denkt naar vis te ruiken. Een acetonlucht werd vroeger in verband gebracht met een ongecontroleerde diabetes maar kan ook met een bepaald diëet samenhangen (Atkins).
In tegenstelling wat gewoonlijk wordt gedacht is het maagdarmkanaal zeer zeldzaam de oorzaak van slechte adem. De slokdarm is normaal in rust en gesloten, alleen bij boeren kan wat maaglucht ontsnappen. De kans dat dat continu gebeurt is uiterst gering. Mensen roken al meer dan honderd jaar om hun slechte adem te maskeren, terwijl het roken zelf al een slechte adem veroorzaakt. Rokersadem kan meer dan een dag na de laatste sigaret aanhouden. In sommige gevallen hebben mensen een rokersadem als ze zelf niet roken maar langdurig aan de rook van anderen worden blootgesteld.

Verschillende medicijnen kunnen een droge mond veroorzaken, en indirekt slechte adem: xerostomie veroorzakers


de slechte adem-paradox



Meestal is men zich niet bewust van een slechte adem omdat men het zelf niet meer ruikt door de continue blootstelling van de neuszenuwen aan de mondgeur.
De bekende slechte-adem specialist Dr. Rosenberg heeft een studie gedaan met 52 mensen (28) die een cijfer moesten geven aan de mate van hun eigen mondgeur, de tonggeur en de geur van hun eigen speeksel. Alleen bij de speekselgeurbepaling was er sprake van enige objectiviteit. In alle andere gevallen neigden de proefpersonen naar hun eigen vooringenomen mening om de score te bepalen. Hoewel de proefpersonen in staat waren de slechte geur van hun speeksel te ruiken, konden zij geen objectieve score voor hun mondgeur geven. In een andere studie bleken vrouwelijke proefpersonen beter in staat een objectief cijfer te geven dan de mannelijke proefpersonen, terwijl de werkelijk geurscores door een deskundige jury erop wees dat de mannen een significant slechtere adem hadden dan de vrouwen. Hoe dan ook, onze ongevoeligheid om onze eigen adem te ruiken heeft belangrijke consequenties. Mensen kunnen hun hele leven geen idee hebben dat ze een irriterende mondgeur hebben. Aan de andere kant zijn er juist weer veel mensen die aan “Halitofobie” lijden, een sterk overdreven angst dat zij juist wel een slechte adem hebben. Die mensen vermijden vaak sociaal contact, en zijn gedurig bezig met tandenpoetsen, kauwgum kauwen, mondwater spoelen, en zij houden een “veilige” afstand tot andere mensen terwijl zij opzij praten. Zij durven niet over hun probleem te praten, zelfs niet met hun eigen familie. Zij verkeren soms in sociale isolatie, laten hun tanden trekken, of plegen zelfs zelfmoord. (10) Wat brengt deze mensen ertoe zo overmatig bezorgd over hun adem te zijn? Soms hebben zij jeugdherinneringen aan een ouder of leraar met slechte adem. Wanneer zij zelf volwassen zijn hebben zij grote angst zelf halitosis te hebben. Advertenties over slechte adem kunnen dit gevoel van angst nog versterken.
Weer anderen hebben een slechte smaak in de mond en denken dat dat samen moet gaan met slechte adem. Ooit hebben zij wel eens gehoord dat zij slechte adem hebben, en zij blijven er nog altijd bezorgd over. Tenslotte kunnen mensen met tonsillitus ten onrechte denken dat zij een verschrikkelijke mondgeur hebben.


De klinische diagnose



De tandarts/mondhygiëniste moeten slechte ademklachten altijd serieus nemen. Een speciale afspraak kan zeker op zijn plaats zijn. De patiënt moet dan minimaal twee uur tevoren niet hebben gegeten of gedronken, kauwgum gekauwd hebben, gerookt of mondwater hebben gebruikt. Ook geen aftershave, parfum, lipstick op de dag van de afspraak. Mondgeuronderzoek kan ook niet gedaan worden bij patiënten die antibiotica gebruiken.
De uitdaging van het onderzoek is om te bepalen of de patiënt reden heeft te klagen, of dat hij overdrijft. Hoewel een persoonlijke- en medische status belangrijke informatie kan bevatten (allergieën, sinusitis, mondademhaling, poliepen etc.) zijn de patiënt-’s eigen waarnemingen zeer subjectief. In een bepaald onderzoek gaven 25 van 88 vrouwen die klaagden over slechte adem aan een score van 5 hebben op een schaal van 0 tot 5, terwijl de jury hen op 3.5 schatte. Daarom is het verstandig om een familielid/partner tijdens het onderzoek mee te nemen. Zij kunnen een wat objectiever beeld schetsen over de mate van slechte adem van de patiënt, zeker omdat de mate van mondgeur kan variëren met het uur van de dag, (omgekeerd evenredig met de speekselproductie, die des nachts sterk daalt) en met de dag van de maand (verslechterend direct voor en tijdens de menstruatie). De mondgeur tijdens het consult kan ook anders zijn dan op andere tijden. De partner kan dan helpen bepalen of de adem gelijk is in kwaliteit en intensiteit aan de mondgeur die normaal aanwezig is.



De Halimeter kan VZV meten in ppb Methylmercaptaan kan men al waarnemen met de neus bij 4 moleculen op 1 miljard andere. De Halimeter is een zeer gevoelig instrument. Het meten van vluchtige zwavelverbindingen is werk voor een professional (foto Interscan corp.)


Instrumentele analyse



Vluchtige zwavelverbindingen, (VZV) hoofdzakelijk waterstofsulfide en methylmercaptaan dragen in hoge mate bij aan slechte adem. Met een Halimeter (Interscan Corp) (2) kan het niveau van deze zwavelverbindingen worden gemeten. Verschillende studies wijzen er op dat de mondgeurniveau-metingen verminderen na het gebruik van bepaalde mondspoelingen. De metingen met de Halimeter en scores toegekend door een jurypanel komen overeen. De Halimeter is een objectief meetinstrument om te bepalen of een slechte adem na behandeling is afgenomen, maar het blijft belangrijk om de behandelaar daadwerkelijk met de neus de adem van de patiënt te laten bepalen, want een Halimeter is niet in staat om het gehele palet aan geurstoffen te meten.
In een studie in 1967 dachten Tonzetich et al dat slechte adem uitsluitend afkomstig was van vluchtige zwavelverbindingen daar andere verbindingen niet uit het speeksel verdampen. Kleinberg en Codipilly hebben aangetoond dat bij uitdroging ook niet zwavelhoudende verbindingen als cadaverine, putrescine, skatole, indole, butyric zuur en isovalerisch zuur vrij komen. Deze stoffen hebben een penetrante geur. Ook blijft een extract van bedorven speeksel op de huid gesmeerd meer dan twee uur waarneembaar. Dit impliceert dat wanneer het speeksel in de mond opdroogt er een reeks van vluchtige verbindingen vrijkomt. Dit is in overeenstemming met de waarneming dat slechte adem toeneemt wanneer de mond droog is. Een hoger niveau cadaverine in het speeksel geeft een significant slechtere mondgeur aan bij een jurypanel, maar wordt door de Halimeter niet waargenomen. Misschien worden er wel eens “electronische neuzen” ontwikkeld die de verschillende soorten slechte adem kunnen meten en onderscheiden. Vooralsnog moeten de behandelaars op hun eigen reukorgaan vertrouwen om de verschillende types mondgeur te bepalen. (zie tabel fig.2) Door ervaring in de praktijk worden de verschillende geuren herkenbaar en van elkaar te onderscheiden, zelfs als ze in verschillende combinaties voorkomen.
De verschillende soorten slechte adem kunnen zijn:De geur van het achterste deel van de tong (makkelijk te bepalen door aan de gebruikte tongschraper te ruiken. Periodontaal type mondgeur, (zeer bekend bij tandartsen) afkomstig van subgingivale gebieden en interdentale ruimtes. Een karakteristieke geur uit de neus, makkelijk vast te stellen.Prothese (kunstgebit) lucht, direct te ruiken door de prothese een paar minuten in een plastic zakje te doen. Rokers adem. Door ervaring en praktijk worden deze verschillende mondgeuren herkenbaar en duidelijk van elkaar te onderscheiden.


Behandeling


De beste manier is de patiënt te motiveren een goede mondhygiëne te onderhouden met de moderne middelen die er bestaan. Men klaagt vaak over het gebruik van floss en ragers. Wanneer de relatie tussen slechte adem en de geur die van een gebruikt ragertje afkomt duidelijk wordt is de weerstand tegen interdentaalreiniging al een stuk minder. Voorzichtige tongreiniging is een belangrijk onderdeel van de dagelijkse mondhygiëne. Tongschrapers worden meer en meer gemeengoed. Het achterste deel van de tong, het moeilijkst bereikbaar, is de belangrijkste bron van mondgeur. Het gebruik van chlorine-dioxide houdende mondspoeling (10-Quist, ClosysII, Oxyfresh)) kan voor diegenen die een sterke kokhals reflex hebben een uitkomst zijn. Een monddouche brengt in veel gevallen uitkomst.(Waterpik) Omdat mondgeur sterker wordt naarmate de mond uitdroogt (’s-nachts of in een vastenperiode) moet er voldoende water worden gedronken. Het gebruik van kauwgom kan nuttig zijn om de speekselvloed te stimuleren. Soms zijn de mondgeur problemen dermate hardnekkig dat een antibacteriële mondspoeling moet worden aangeraden. Spoelen werkt het best voor het slapen gaan omdat de spoeling dan langer in de mond blijft, en de bacteriële activiteit die tot slechte adem leidt ’s-nachts het grootst is. Een overmatig gebruik van mondspoeling kan de zachte weefsels in de mond irriteren. Het is moeilijk om zelf te bepalen of slechte adem is verminderd, vraag daarom altijd aan een persoon in uw omgeving die u vertrouwt om een advies. Is er ondanks alle adviezen geen verbetering waarneembaar, roep dan de hulp in van een internist.


Tongreinigers (Dentyl Ph) Dagelijkse reiniging van de tong is een belangrijke faktor in de strijd tegen slechte adem.

Wees eerlijk over slechte adem



Moet uw tandarts u vertellen dat u slechte adem heeft? Het vraagt takt van de tandarts om het op een voorzichtige maar duidelijke manier over te brengen dat er met uw adem wat aan de hand is. Hij kan het via een omweg duidelijk maken, bijvoorbeeld door de patiënt aan de floss of het ragertje te laten ruiken enz. Uiteindelijk is iedereen erbij gebaat dat een slechte ademprobleem wordt opgelost, degene die de slechte adem had, en de mensen in zijn- of haar omgeving.


Overzicht

Overzicht

-Slechte adem komt algemeen voor en komt nagenoeg altijd uit de mondholte en niet uit het maag/darmkanaal.

-Het achterste deel van de tong wordt het meest over het hoofd gezien als de bron van mondgeur.

-De tandarts is primair verantwoordelijk voor de diagnosestelling en de behandeling

-Patiënten met slechte adem verdienen een aparte afspraak, samen met een vriend(in) of familielid.

-Omdat het zo moeilijk is om slechte adem zelf waar te nemen, overdrijven veel mesen de mate waarin zij denken eraan te lijden, terwijl anderen juist niet merken dat zij het hebben.

-Hoewel er apparaten bestaan die sommige soorten mondgeur kunnen meten (Halimeter), blijft het belangrijk dat de behandelaar met de neus (olfactorisch) bepaalt of er een slechte adem aanwezig is.

-In de meeste gevallen kan mondgeur effektief bestreden worden met goede mondhygiëne, tongreiniging, en wanneer noodzakelijk met een werkzaam mondspoelmiddel. (10-Quist)

-Als het probleem(of het veronderstelde probleem) voortduurt, moet de patiënt worden doorverwezen naar een andere behandelaar.

-Een goede mondhygiëne met adequate interdentale reiniging is belangrijk.


Candida schimmel Sommige eiwitten in het speeksel doden bacteriŽn en schimmels. Hierboven Candida schimmel voor...


Foto's ACTA ...en Candida schimmel na blootselling aan Histatine, een speekseleiwit.


In de Scientific American verscheen een artikel van Dr. Mel Rosenberg:

scientificamericanrosenberg.pdf


Achter deze link vindt u een bijdrage van Luca Turin over zijn theorie over het reukorgaan.Lange tijd een controversiële theorie, maar door recent onderzoek steeds meer aanvaard.


Luca Turin.pdf


naar boven

Home


Literatuur


(c) 2010 - All rights reserved

Print this page